Omgevingswet Krijgt Groen Licht van Eerste Kamer voor 2024

Omgevingswet Krijgt Groen Licht van Eerste Kamer voor 2024

In een beslissende zet heeft een nipte meerderheid in de Eerste Kamer gisteren (17-03-2023) ingestemd met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

Eindelijk, na zes eerdere uitstelrondes, zal de Omgevingswet volgend jaar in werking treden. Gemeenten en provincies hebben herhaaldelijk aangedrongen op een spoedige invoeringsdatum. Ondanks de oppositie in de senaat, die aanvankelijk meer zekerheden eiste met betrekking tot de staat van het digitale stelsel, wist zij niet genoeg stemmen te vergaren.

Triomf voor Minister De Jonge

De goedkeuring van de wet markeert een triomf voor minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), die zich vanaf het begin sterk heeft gemaakt voor de wet. Zijn voorgangers, Kajsa Ollongren en Melanie Schultz, stuitten op obstakels bij de implementatie van de Omgevingswet.

Onduidelijkheid tot het Laatste Moment

Tot het laatste moment was het onzeker of de wet op een meerderheid in de Eerste Kamer kon rekenen. Vooral een recent rapport van de Raad van State wierp nog twijfels op. De Raad stelde serieuze vragen over de vraag of burgers voldoende uit de voeten kunnen met het digitale stelsel van de wet en/of rechtelijke uitspraken snel genoeg in het systeem kunnen worden geïntegreerd. Met een gedetailleerde brief van acht kantjes probeerde De Jonge afgelopen vrijdag de zorgen van de Raad van State weg te nemen.

Grootschalige Wetgevingsoperatie

De invoering van de Omgevingswet wordt beschouwd als de grootste wetgevingsoperatie sinds Thorbecke. Bijna twee decennia is er gewerkt aan de totstandkoming ervan. De wet beoogt gebiedsontwikkeling te versnellen door een integrale aanpak in plaats van een sectorale benadering en een filosofie van ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Insiders suggereren echter dat de wet aanvankelijk zou kunnen leiden tot vertraagde gebiedsontwikkeling. Gemeenten moeten nog vertrouwd raken met de nieuwe wetgeving, en de reeds overbelaste Raad van State zal jurisprudentie moeten ontwikkelen. Ook de staat van het digitale stelsel kan een potentieel obstakel vormen.